Hoe gebruik ik de schoolomgeving als leeromgeving?
De schoolomgeving als leeromgeving biedt kansen om wiskunde te verbinden met de werkelijkheid. De ruimte buiten het klaslokaal biedt leerlingen een betekenisvolle context én de mogelijkheid om te bewegen en activiteiten uit te voeren die binnen niet mogelijk zijn. Je ontdekt hoe deze ruimtes worden ingezet, welk effect dat heeft op het wiskundig denken en samenwerken van leerlingen en hoe dit bijdraagt aan een rijke leerervaring.
- De schoenen van de koning: Leerlingen uit groep 3 meten in het klaslokaal en op de gang met stroken papier (video 2).
- Van school naar huis: de leerkracht uit groep 5-6 heeft haar leerlingen gevraagd goed te letten op wat ze onderweg naar huis allemaal tegenkomen (video 1).
- Wandelsnelheid: Leerlingen uit groep 8 meten buiten op het schoolplein hun wandelsnelheid (video 2).
Bij deze videofragmenten kun je de volgende kijkvragen gebruiken:
- Hoe wordt de ruimte buiten het klaslokaal gebruikt en welk effect heeft dat op de leerlingen?
- Welke overwegingen kan de leerkracht hebben gehad om de ruimte buiten het klaslokaal te gebruiken?
Vaktaal
Leg in je eigen woorden uit hoe de onderstaande vaktaalwoorden tot uiting komen in de getoonde praktijkvoorbeelden. De lijst is niet uitputtend; voeg zelf andere relevante begrippen toe die je kunt gebruiken om dit onderwerp te analyseren.
- Bewegingsruimte – de schoolomgeving geeft leerlingen de fysieke ruimte om te bewegen en maakt wiskundige activiteiten mogelijk die binnen het klaslokaal niet uitvoerbaar zijn.
- Context – de schoolomgeving biedt herkenbare en relevante situaties, waardoor leerlingen wiskundige problemen beter kunnen koppelen aan alledaagse contexten.