Hoe geef ik ruimte voor verschillen in wiskundig begrip en denk- en redeneerwijzen?
Bij ruimte voor verschillen in begrip en denk- en redeneerwijzen speelt de leerkracht een belangrijke rol in het zicht krijgen op het wiskundig denken van leerlingen. Je leert welke vragen de leerkracht stelt om verschillen in begrip te ontdekken en hoe hierop wordt ingespeeld. Ook ontdek je welke verschillende denk- en redeneerwijzen leerlingen gebruiken, hoe zij worden uitgenodigd om deze te verkennen en hoe de leerkracht hier constructief mee omgaat.
- Eerlijk delen: De leerlingen uit groep 1-2 verdelen snoeptomaatjes. Gedurende de activiteit worden verschillen in hun getalbegrip zichtbaar (video 2).
- Een winkel vol: In de nabespreking over de opgeschreven sommen wordt uitgebreid besproken dat je vermenigvuldigsituaties op twee manieren kunt tellen en dus ook op twee manieren kunt opschrijven (video 5).
- Welk tafeltje is groter?: De leerkracht introduceert de opdracht, maar laat open hoe de leerlingen het probleem kunnen aanpakken. De leerlingen beginnen al experimenterend, maar gaandeweg ontdekken ze slimmere manieren om de oppervlakte op te meten.
- Schatten of het klopt: Tijdens de rondgang door de klas reageert de leerkracht op de aanpakken van de leerlingen (video 4).
- Spelen met getallen: De leerlingen uit groep 7 lossen een aantal getallenpuzzels op. De leerkracht laat de leerlingen vertellen hoe ze dat doen. Verschillende manieren van redeneren komen aan bod.
Bij deze videofragmenten kun je de volgende kijkvragen gebruiken:
- Welke verschillende denk- en redeneerwijzen zie je de leerlingen tijdens de les gebruiken? Gebruik voor het beantwoorden van deze vraag de onderstaande vaktaalwoorden.
- Welke vragen stelt de leerkracht waarmee de leerlingen uitgenodigd worden om eigen denk- en redeneerwijzen te gebruiken?
- Hoe gaat de leerkracht om met de verschillende denk- en redeneerwijzen waar de leerlingen mee komen?
- Wat kun je zeggen over het conceptueel wiskundig begrip van verschillende leerlingen in de groep? In hoeverre tonen zij inzicht in waarom rekenprocedures werken?
- Welke vragen stelt de leerkracht om zicht te krijgen op verschillen in conceptueel wiskundig begrip tussen de leerlingen?
- Hoe speelt de leerkracht in op verschillen in conceptueel wiskundig begrip tussen de leerlingen?
Vaktaal
Vaktaal is essentieel om inzicht te krijgen in verschillende wiskundige denk- en redeneerwijzen. Leg in je eigen woorden uit wat de onderstaande vaktaalwoorden betekenen, hoe ze samenhangen en hoe ze tot uiting komen in de getoonde praktijkvoorbeelden. De lijst is niet uitputtend; voeg zelf andere relevante begrippen toe die je kunt gebruiken om te analyseren hoe leerlingen wiskundig denken en redeneren.
- Afronden
- Aftrekken
- Ankerpunt
- Associatieve eigenschap
- Automatiseren
- Bewerking
- Cijferen
- Commutatieve eigenschap
- Conceptueel begrip
- Delen
- Distributieve eigenschap
- Flexibel rekenen
- Getalbegrip
- Getallenlijn
- Getalrelaties
- Globaal rekenen
- Herhaald optellen/aftrekken
- Hoofdrekenen
- Inverse bewerking
- Kolomsgewijs rekenen
- Memoriseren
- Model
- Nulregel
- Optellen
- Opvermenigvuldigen
- Progressief schematiseren
- Rijgen
- Schatten
- Standaard procedure
- Strook
- Splitsen
- Tellen
- Verhoudingstabel
- Vermenigvuldigen
- Visualiseren