Hoe kan ik een les openen?

Bij de opening van een les speelt de leerkracht een belangrijke rol in het voorbereiden van leerlingen op het werken met het probleem. Je leert hoe voorkennis zichtbaar wordt, hoe de context levend wordt gehouden en hoe mathematiseren van context naar som en terug wordt gestimuleerd. Ook ontdek je hoe de leerkracht leerlingen helpt zich in te leven in het probleem, verwachtingen bespreekt over werkwijze en samenwerking, en ervoor zorgt dat iedereen begrijpt wat er van hen wordt verwacht voordat ze aan de slag gaan.

  1. Tellen als een rijk probleem: De leerkracht introduceert de telactiviteit met een foto van een glazen vaas gevuld met paaseitjes, wat direct reacties oproept bij haar leerlingen uit groep 3-4 (video 1).
  2. Joris, de kok en de klok: De leerkracht zet verschillende middelen in om het probleem van Joris te introduceren. Zo laat ze het geluid van een slaande koekoeksklok horen, verwijst ze naar een project over de middeleeuwen, en toont ze afbeeldingen op het digibord (video 1 en 2 (groep 3)).
  3. Kijklijnen: De leerkracht start met een korte activiteit om haar groep 6 het begrip ‘kijklijnen’ te laten verkennen (video 1). Vervolgens legt ze, met behulp van een leerling, de vervolgopdracht uit (video 2).
  4. De breukenstroken van de bakker: De leerkracht uit groep 7 begint de les met het verhaal van een bakker die een banketstaaf in gelijke stukken moet snijden. Dit verhaal zet verschillende leerlingen spontaan aan het denken over het maken van meetstroken (video 1).
  5. Delen met rest: Na een korte introductie vraagt de leerkracht haar leerlingen uit groep 8 om de opdrachten eerst zelfstandig en zonder onderling overleg te maken (video 1).

Bij deze videofragmenten kun je de volgende kijkvragen gebruiken: