Hoe kan ik een les openen?
In rijke rekenlessen gaat het openen van de les over hoe de leerkracht een rekenprobleem neerzet en leerlingen uitnodigt om de situatie te verkennen en te mathematiseren. Door een betekenisvolle start worden leerlingen uitgedaagd om wiskundig te gaan denken en hun eerste ideeën te vormen. Je ontdekt hoe een doordachte lesopening ervoor zorgt dat leerlingen instappen in het rekenprobleem en gemotiveerd aan de slag gaan.
- Tellen als een rijk probleem: De leerkracht introduceert de telactiviteit met een foto van een glazen vaas gevuld met paaseitjes, wat direct reacties oproept bij haar leerlingen uit groep 3-4 (video 1).
- Joris, de kok en de klok: De leerkracht zet verschillende middelen in om het probleem van Joris te introduceren. Zo laat ze het geluid van een slaande koekoeksklok horen, verwijst ze naar een project over de middeleeuwen, en toont ze afbeeldingen op het digibord (video 1 en 2 (groep 3)).
- Kijklijnen: De leerkracht start met een korte activiteit om haar groep 6 het begrip ‘kijklijnen’ te laten verkennen (video 1). Vervolgens legt ze, met behulp van een leerling, de vervolgopdracht uit (video 2).
- De breukenstroken van de bakker: De leerkracht uit groep 7 begint de les met het verhaal van een bakker die een banketstaaf in gelijke stukken moet snijden. Dit verhaal zet verschillende leerlingen spontaan aan het denken over het maken van meetstroken (video 1).
- Delen met rest: Na een korte introductie vraagt de leerkracht haar leerlingen uit groep 8 om de opdrachten eerst zelfstandig en zonder onderling overleg te maken (video 1).
Bij deze videofragmenten kun je de volgende kijkvragen gebruiken:
- Welke voorkennis wordt zichtbaar tijdens de opening van de les?
- Wat doet de leerkracht om de context levend te maken en te houden?
- Wat zie je op het gebied van het mathematiseren (van context naar som en weer terug)?
- Wat doet de leerkracht om ervoor te zorgen dat de kinderen zich kunnen inleven in het probleem en het ook echt als een probleem gaan ervaren?
- Wat doet de leerkracht om ervoor te zorgen dat de leerlingen aan de slag kunnen?
- Welke verwachtingen bespreekt de leerkracht ten aanzien van de werkwijze, omgaan met elkaar, overleg, enzovoorts.
- Welke overwegingen zou de leerkracht kunnen hebben gemaakt bij het neerzetten van het probleem?
- Uit welke reacties kun je opmaken dat de leerlingen begrijpen wat ze moeten gaan doen?
Vaktaal
Leg in je eigen woorden uit hoe de onderstaande vaktaalwoorden tot uiting komen in de getoonde praktijkvoorbeelden. De lijst is niet uitputtend; voeg zelf andere relevante begrippen toe die je kunt gebruiken om dit onderwerp te analyseren.
- Context betekenis geven – de leerkracht maakt de context van het rekenprobleem levend en begrijpelijk voor leerlingen.
- Voorkennis activeren – de leerkracht stimuleert leerlingen om te verwoorden wat ze al weten over het onderwerp van de les.
- Mathematiseren stimuleren – de leerkracht helpt leerlingen om de situatie wiskundig te maken (van context naar som en terug).
- Probleembesef creëren – de leerkracht zorgt dat leerlingen het rekenprobleem als betekenisvol en uitdagend ervaren.
- Startcondities organiseren – de leerkracht zorgt dat leerlingen weten wat de bedoeling is en kunnen beginnen met het probleem.
- Verwachtingen expliciteren – de leerkracht maakt duidelijk hoe leerlingen werken, samenwerken en communiceren tijdens het rekenprobleem.
- Leerproces inschatten op basis van reacties – de leerkracht gebruikt reacties van leerlingen om te bepalen of de lesopening is geslaagd.