Hoe kan ik op fouten en misverstanden reageren?

Bij het reageren op fouten en misverstanden speelt de leerkracht een belangrijke rol in het verdiepen van het leren. Je leert hoe je fouten kunt interpreteren als aanwijzingen voor het begrip en de denkstappen van leerlingen. Ook ontdek je hoe de leerkracht constructief reageert, de instructie of leeromgeving zo nodig aanpast en leerlingen stimuleert om met een open en onderzoekende houding met fouten om te gaan.

  1. Spiegelen en symmetrie: Wanneer de leerlingen geen symmetrische poses maken, bespreekt de leerkracht dit met de hele klas. Ze gebruikt de fouten als kansen om het begrip van de leerlingen over symmetrie te vergroten (video 1, 3 en 4).
  2. Puzzelen: De leerkracht vraagt de leerlingen hoe ze het probleem aanpakken, zonder zelf commentaar te geven op wat goed of fout is (video 2 en 3, grootste en kleinste verschil).
  3. Schatten of het klopt: Drie meisjes uit groep 7 komen via cijferen op 43 rest 24 (het moet 43 rest 22 zijn). De leerkracht vraagt of ze het zichzelf niet te moeilijk hebben gemaakt, maar 2000:40 blijkt ook lastig (video 3).
  4. Zelf een grafiek maken: De leerkracht legt uit waarom sommige grafieken onduidelijk zijn. Om fouten en misverstanden van leerlingen over grafieken aan te pakken, frist ze hun begrip van verhoudingen op en toont ze op het digibord grafieken met opzettelijke fouten, waarbij leerlingen gevraagd worden te benoemen wat de grafiek duidelijker en correcter zou maken (video 3 en 4).
  5. Delen met rest: Tijdens een gesprek tussen de leerkracht en twee leerlingen uit groep 8 geeft niet alleen de leerkracht feedback, maar reageren de leerlingen ook op elkaar (video 2).

Bij deze videofragmenten kun je de volgende kijkvragen gebruiken: