Hoe zorg ik ervoor dat alle leerlingen kunnen beginnen op hun eigen niveau?
Bij het zorgen dat alle leerlingen op hun eigen niveau kunnen beginnen speelt de leerkracht een belangrijke rol in het toegankelijk maken van het probleem. Je leert hoe de leerkracht de opdracht helder presenteert en waar nodig aanpast, zodat alle leerlingen kunnen starten. Ook ontdek je hoe leerlingen de kans krijgen om vragen te stellen of feedback te ontvangen die aansluit bij hun eigen niveau.
- Joris, de kok en de klok: Deze les is gefilmd in groep 3 en in groep 5. In beide groepen geeft het verhaal voldoende aanleiding om na te denken over het probleem van Joris (alle video’s).
- De breukenstroken van de bakker: De leerkracht geeft de leerlingen de tijd om het probleem te verkennen (video 1). De papieren stroken maken het mogelijk om al experimenterend aan de slag te gaan (video 2).
- Puzzelen: De Leerkracht laat de leerlingen eerst het probleem verhelderen. Ze leggen in tweetallen, in eigen woorden aan elkaar uit waar het probleem over gaat (video 1, tennisballenprobleem).
- Spelen met getallen: Groep 7 werkt aan een getallenpuzzel, waarbij ze experimenteren en de puzzel op meerdere niveaus oplossen. Ze worden uitgedaagd om meerdere oplossingen te vinden (video 1).
Bij deze videofragmenten kun je de volgende kijkvragen gebruiken:
- In hoeverre is het probleem eenvoudig genoeg om toegankelijk te zijn voor iedereen, terwijl het tegelijkertijd ruimte biedt voor wiskundige verdieping? Gebruik voor het beantwoorden van deze vraag de onderstaande vaktaalwoorden.
- Hoe zorgt de leerkracht ervoor dat de opdracht helder is voor alle leerlingen? Worden er aanpassingen of herformuleringen gebruikt om de opdracht begrijpelijk te maken op verschillende handelingsniveaus? Gebruik voor het beantwoorden van deze vraag de onderstaande vaktaalwoorden.
- Hoe zorgt de leerkracht ervoor dat tijdens de start van de les alle leerlingen de kans hebben om vragen te stellen of feedback te ontvangen die past bij hun niveau?
Vaktaal
Vaktaal is essentieel om inzicht te krijgen in het omgaan met verschillen. Leg in je eigen woorden uit wat de onderstaande vaktaalwoorden betekenen, hoe ze samenhangen en hoe ze tot uiting komen in de getoonde praktijkvoorbeelden. De lijst is niet uitputtend; voeg zelf andere relevante begrippen toe die je kunt gebruiken om te analyseren hoe leerlingen kunnen beginnen op hun eigen niveau.
- Abstract niveau
- Conceptueel begrip
- Concreet niveau
- Concretiseren
- Context
- Contextualiseren
- Formeel niveau
- Handelingsmodel
- Hardop denken (modelen)
- IJsbergmodel
- Informeel niveau
- Low-floor-high-ceiling-probleem
- Mathematiseren
- Mentaal niveau
- Model
- Niveaus van oplossen
- Open probleem
- Schematisch niveau
- Semantiseren
- Representeren
- Scaffolding
- Strategiekeuze
- Symboliseren
- Visualiseren
- Voorkennis activeren