Van school naar huis

In deze les ontdekken leerlingen uit groep 5-6 wat belangrijk is bij een routetekening: niet alles hoeft in verhouding
getekend te worden, maar het moet wel duidelijk zijn waar je precies links- of rechtsaf moet gaan.
Door hun eigen tekening te vergelijken met een topografische kaart creëren de leerlingen een accurater begrip
van het stratenplan van hun wijk. Ze bedenken wat kaarten wel en niet weergeven.


Link naar de les op de website van Volgens Bartjens.

Vragen met als doel de hele les en de video’s in samenhang te doordenken:

Vooraf:

Tijdens het bekijken van de video’s:

Video 1: Welke herkenningspunten zijn er onderweg?
Video 2: De route naar huis tekenen.
Video 3: Gesprek over de routetekeningen.
Video 4: Verschillen tussen kaart en eigen routetekening.
Video 5: De groep heeft een lijstje gemaakt van wat belangrijk is op een kaart.

Als je deze les zelf wilt geven:

Verdere theoretische verdieping:

Vaktaal:

Om de les goed te analyseren, is vaktaal essentieel. Leg in je eigen woorden uit hoe de onderstaande vaktaalwoorden in de les naar voren komen. Welke nieuwe inzichten heb je gekregen ten aanzien van deze woorden? De lijst is niet uitputtend; voeg zelf andere relevante begrippen toe die je kunt gebruiken om de les te analyseren.

Literatuursuggesties:

In de video-opnames heb je kunnen zien hoe je kinderen kunt uitdagen om ervaring op te doen met ruimtelijke oriëntatie en navigeren. Meer hierover lees je in hoofdstuk 10 van Kerninzichten en hoofdstuk 4 en 5 van Meten en meetkunde op de basisschool. In het artikel van Van Giezen-Beerlage wordt een soortgelijke activiteit beschreven en in het artikel van Van der landen en Veltman lees je hoe je in groep 3 al aan de slag kunt gaan met kaarten en plattegronden. De les ‘Van school naar huis’ wordt ook beschreven in hoofdstuk 6 van het boek Zo! wil ik leren rekenen.