Waar vind ik iets over meetkunde?
Je ziet hoe de leerkracht leerlingen laat ontdekken hoe vormen, symmetrie, plattegronden, perspectief en kijklijnen werken. Je observeert hoe leerlingen meetkundige eigenschappen herkennen, relaties leggen en redeneringen onderbouwen. Ook ontdek je hoe de leerkracht de leerstof gebruikt om wiskundig begrip in meetkunde te verdiepen en de gecijferdheid van leerlingen te vergroten.
- Spiegelen en symmetrie: Leerlingen uit groep 4-5 ontdekken dat ze de lichaamshouding van een ander kunnen spiegelen, en zo samen met andere leerlingen, symmetrische situaties kunnen maken.
- Van school naar huis: Leerlingen uit groep 5-6 ontdekken wat belangrijk is bij een routetekening: niet alles hoeft op schaal, maar het moet duidelijk zijn waar ze links of rechts af moeten slaan. Door hun tekening te vergelijken met een kaart zien ze welke informatie kaarten wel en niet weergeven.
- Kijklijnen: Leerlingen uit groep 6 ontdekken hoe je kijklijnen kunt gebruiken om te tekenen wat je wel of niet kunt zien vanuit een bepaalde plek.
- De schilden van de Asmat: Leerlingen uit groep 7 onderzoeken symmetrie en patronen. Ze leren daarbij over de betekenis die het versieren van voorwerpen heeft binnen een andere cultuur.
Bij deze videofragmenten kun je de volgende kijkvragen gebruiken:
- Hoe past de les binnen de leerlijn?
- Welke voorkennis moeten de leerlingen hebben om op een zinvolle manier aan deze les mee te kunnen doen?
- Welke aspecten van gecijferdheid herken je bij de leerlingen in de les? Denk bijvoorbeeld aan het toepassen van rekenstrategieën, het oplossen van contextproblemen, het gebruik van geschikte representaties en modellen, het gebruik van rekentaal en het ontwikkelen van inzicht, of houdingsaspecten zoals doorzettingsvermogen, zelfvertrouwen en nieuwsgierigheid.
- Welke aspecten van gecijferdheid herken je bij de leerkracht in de les?
- Wat zou, op basis van je waarnemingen van de leerlingen en de leerkracht, een zinvolle vervolgactiviteit kunnen zijn?