Waar vind ik iets over meten?

Je ziet hoe de leerkracht leerlingen laat ontdekken hoe lengte, oppervlakte, inhoud, tijd en gewicht gemeten kunnen worden. Je observeert hoe leerlingen meetinstrumenten gebruiken, gegevens vergelijken en redeneringen onderbouwen. Ook ontdek je hoe de leerkracht de leerstof inzet om wiskundig begrip bij meten te verdiepen en de gecijferdheid van leerlingen te vergroten.

  1. Eerlijk delen: Leerlingen uit groep 1-2-onderzoeken hoe je een verzameling van dezelfde dingen eerlijk kunt verdelen tussen verschillende personen. Hierbij gebruiken ze onder andere een balans (video 3 en 4).
  2. De schoenen van de koning: Leerlingen uit groep 3 ontdekken dat een lege getallenlijn een soort meetlijn is, waarbij de getallen in de goede verhouding moeten staan.
  3. Joris, de kok en de klok: Leerlingen uit groep 3 en 5 ontdekken dat je aan de kleine wijzer kunt aflezen hoe laat het ongeveer is, ook als het geen precies uur is. Daarnaast kunnen ze ontdekken dat de grote wijzer – en eventueel de secondewijzer – de tijdsaanduiding verder verfijnen.
  4. Welk tafeltje is groter?: Leerlingen uit groep 5-8 onderzoeken hoe je een oppervlakte meet met vouwblaadjes en ontdekken dat een vierkant blaadje handiger is dan een ander vorm. Ook leren ze dat het niet nodig is om de hele oppervlakte te bedekken.
  5. Wandelsnelheid: Leerlingen uit groep 8 ontdekken dat je voor snelheid, afstand en tijd moet meten en dat een verhoudingstabel handig is voor omrekeningen.

Bij deze videofragmenten kun je de volgende kijkvragen gebruiken: