Welke concrete spullen zet ik in de leeromgeving?
Concrete materialen zoals blokjes, vouwblaadjes, spiegeltjes en meetinstrumenten spelen een belangrijke rol in een leeromgeving. Je leert hoe leerlingen deze materialen kiezen en gebruiken, welke rol de leerkracht daarin heeft en hoe je kunt zien of het gebruik functioneel is. Ook ontdek je hoe materialen het denken en redeneren ondersteunen, wiskundige concepten helpen verkennen en samenwerking en interactie tussen leerlingen stimuleren.
- Eerlijk delen: Leerlingen uit groep 1-2-onderzoeken hoe je een verzameling van dezelfde dingen eerlijk kunt verdelen. Hiervoor gebruiken ze verschillende materialen zoals tomaatjes, blokken en een balans.
- Tellen als rijk probleem: Leerlingen uit groep 3-4 tellen hoeveelheden blokjes, steentjes, paperclips, enzovoort, met aantallen tussen de 50 en 100. De leerlingen werken in groepjes en bepalen samen wat het totaal is.
- Kijklijnen: Leerlingen uit groep 6 experimenteren met blokjes om te ontdekken hoe ze kijklijnen kunnen tekenen (video 2).
- Welk tafeltje is groter?: In deze les gebruiken de leerlingen vouwblaadjes van verschillende vormen en afmetingen om de oppervlakte van hun tafeltje te meten.
Bij deze videofragmenten kun je de volgende kijkvragen gebruiken:
- Hoe selecteren de leerlingen de materialen die ze gebruiken? Wat is de rol van de leerkracht in dit keuzeproces?
- Waaruit kun je afleiden dat het gebruik van de materialen wel of niet functioneel is?
- Hoe ondersteunen de materialen het denken en redeneren van de leerlingen? Denk hierbij aan hoe materialen helpen om wiskundige concepten te verkennen, problemen op te lossen, of redeneringen te onderbouwen.
- Hoe stimuleren de materialen samenwerking en interactie tussen de leerlingen?