Met welke soort vragen kan ik het wiskundig denken verdiepen?
Bij het stellen van vragen speelt de leerkracht een belangrijke rol in het verdiepen van het wiskundig denken. Je ziet welke soorten vragen de leerkracht gebruikt, met welk doel, en welke reacties dit bij de leerlingen oproept. Je observeert wat je hierdoor over de leerlingen leert en denkt na over welke vragen je zelf nog zou kunnen stellen.
- Eerlijk delen: De leerkracht vertelt een verhaal aan haar leerlingen uit groep 1-2 en stelt ondertussen allerlei vragen om hen erbij te betrekken en aan het denken te zetten (video 2 en 5).
- Kijklijnen: De leerkracht stelt verschillende vragen om haar groep 6 na te laten denken over factoren die van invloed zijn op wat je wel en niet kunt zien (video 1).
- Krantentaal: De leerkracht stelt tijdens de introductie verschillende soorten vragen (video 1).
Bij deze videofragmenten kun je de volgende kijkvragen gebruiken:
- Welke soorten vragen stelt de leerkracht? Gebruik voor het beantwoorden van deze vraag de onderstaande vaktaalwoorden.
- Met welk doel denk je dat de leerkracht deze vragen stelt?
- Welke reacties geven de leerlingen?
- Wat ben je over de leerlingen te weet gekomen?
- Wat zou jij als leerkracht nog aan de leerlingen willen vragen?
Vaktaal
Vaktaal is essentieel om inzicht te krijgen in het stellen van vragen. Leg in je eigen woorden uit hoe de onderstaande vaktaalwoorden tot uiting komen in de getoonde praktijkvoorbeelden. De lijst is niet uitputtend; voeg zelf andere relevante begrippen toe die je kunt gebruiken om dit onderwerp te analyseren.
- Begripsvragen – vragen die peilen of leerlingen het wiskundige concept echt begrijpen.
- Denkstimulerende vragen – vragen die leerlingen aanzetten om na te denken over mogelijke oplossingen of strategieën.
- Doorvraagvragen – vragen die leerlingen aanmoedigen om hun redenering verder toe te lichten of uit te breiden.
- Evaluatievragen – vragen die leerlingen laten beoordelen welke aanpak of oplossing het meest effectief of inzichtelijk is.
- Generaliserende vragen – vragen die leerlingen helpen om patronen te herkennen en regels of strategieën te formuleren.
- Onderbouwingsvragen – vragen die leerlingen vragen om hun keuzes of antwoorden te onderbouwen met argumenten of bewijs.
- Reflectievragen – vragen die leerlingen stimuleren om terug te kijken op hun aanpak en te leren van hun ervaringen.
- Transfervragen – vragen die leerlingen uitdagen om kennis en strategieën naar nieuwe situaties of problemen te verplaatsen.
- Verbindingsvragen – vragen die leerlingen uitdagen om relaties en verbanden te ontdekken tussen getallen, strategieën, concepten of contexten.
- Vergelijkingsvragen – vragen die leerlingen laten vergelijken hoe verschillende aanpakken werken en welke het meest effectief is.
- Verhelderingsvragen – vragen die helpen te concretiseren wat een leerling zegt of doet, zodat het denken zichtbaar wordt.
- Verkennende vragen – vragen die gericht zijn op het ontdekken van het onderwerp, de context of de uitgangspunten van het probleem.